Commissie bekijkt pneumokokkenvaccinatie zuigelingen

DEN HAAG – Op verzoek van de minister Hoogervorst bespreekt de commissie Herziening van het Rijksvaccinatieprogramma vaccinatie van zuigelingen tegen pneumokokken. Dit schrijft de Gezondheidsraad op haar website.
De minister wil die vaccinatie invoeren in aansluiting op het advies van de Gezondheidsraad uit 2002; in dat advies werden pneumokokkeninfecties beoordeeld als een ernstige aandoening en werd vaccinatie in een vierprikkenschema aanbevolen.

Drie of vier?
De minister vraagt de Gezondheidsraad echter of wetenschappelijk is aangetoond dat met drie in plaats van de aanbevolen vier injecties ook voldoende bescherming verkregen kan worden. De minister overweegt namelijk een drieprikkenschema, omdat het daardoor mogelijk zou worden om pneumokokkenvaccinatie in Nederland op een kosteneffectieve wijze in te voeren.

Voordelen drieprikkenschema
Een drieprikkenschema heeft voordelen boven een vierprikkenschema, aldus de Gezondheidsraad: de belasting van ouders en kinderen is kleiner, het legt een geringer beslag op ruimte in het toch al tamelijk volle vaccinatieprogramma en de kosten zijn lager. Deze voordelen zijn echter alleen relevant als een drieprikkenschema voldoende bescherming biedt. Dit wordt onderzocht. Ook wordt gekeken naar de huidige kosten van een vierprikkenschema.

Geen onderbouwing voor drie, wel voor vier prikken
Op dit moment is er naar het oordeel van de commissie geen overtuigende wetenschappelijke onderbouwing voor de effectiviteit van het drieprikkenschema. Er zijn enkele onderzoeken waaruit blijkt dat ook bij het drieprikkenschema in een bepaalde mate antistoffen in het bloed worden opgewekt, maar er zijn geen gegevens om te beoordelen of die antistoffen ook de beoogde bescherming tegen infectie bieden. De onderzoeksresultaten laten te veel ruimte voor onzekerheid over de feitelijke bescherming van zuigelingen. Voor de effectiviteit van het gangbare vierprikkenschema is die noodzakelijke onderbouwing er wel.

Vierprikkenschema gunstig
Sinds de Gezondheidsraad in 2001 de kosteneffectiviteitsverhouding van het vierprikkenschema berekende, zijn nieuwe inzichten ontstaan en nieuwe gegevens beschikbaar gekomen die leiden tot een gunstiger verhouding tussen kosten en baten. Zo blijkt dat na vaccinatie minder kinderen drager van de bacterie blijven, wat leidt tot veel minder besmettingen buiten de gevaccineerde leeftijdsgroepen. Vooral door dat effect van groepsimmuniteit valt de kosteneffectiviteitsverhouding aanmerkelijk gunstiger uit dan voorheen.

Aanbevelingen
De commissie zou graag zien dat de kennis over gereduceerde vaccinatieschema’s groter wordt, zodat dergelijke schema’s in de nabije toekomst waar mogelijk ingevoerd kunnen worden. Verder adviseert zij een monitoringssysteem op te zetten om de gunstige en de eventuele ongunstige effecten van pneumokokkenvaccinatie goed te kunnen volgen.

Gezondheidsraad 26 oktober 2005