Menu

Achtergronden bij het nieuws: de tijgermug

22 juli 2008 - Medisch

Voor het eerst sinds oktober zijn in Nederland weer tijgermuggen gesignaleerd. De muggen kunnen gevaarlijke ziekten overbrengen. Ze zijn gevonden in kassen waarin lucky bamboo planten worden opgekweekt die zijn ingevoerd uit China. Uit deze vondst blijkt dat het convenant van overheid en importeurs om de import muggenvrij te maken niet werkt. Dat meldt het Centrum voor Landbouw en Milieu te Culemborg. (Bron: zorgportaal)

De achtergronden:

De tijgermug (wetenschappelijke naam: Aedes albopictus) is een mug die van oorsprong uit Zuidoost-Azië komt. Omdat hij behoorlijk goed in staat is om nieuwe gebieden te koloniseren en schade kan aanrichten, wordt de tijgermug aangemerkt als een “invasieve exoot”. 

Hij is een stuk kleiner dan de muggen die u meestal in Nederland tegenkomt: zijn lijfje is 5 tot 6 millimeter lang. 
Bij een tijgerachtig beestje zou u misschien verwachten dat hij bruin zou zijn, met gelige strepen. 
Zo ziet hij er echter helemaal niet uit. De kleur van zijn lijf en poten is heel duidelijk zwart, met opvallend witte streepjes er op. Vanwege zijn kleurencombinatie van zwart en wit zou de naam “zebramug” beter bij hem passen, maar dat zou weer tekort doen aan zijn agressieve eigenschappen. 

Na de paring legt het vrouwtje van de tijgermug 40 tot 90 eitjes, die heel erg klein zijn (ongeveer een halve millimeter). 
Ze legt de eitjes op uiteenlopende plaatsen met stilstaand (regen)water: potjes, bakjes, dakgoten, gieters, lege blikjes, drinkbakken, etcetera. In Nederland zijn deze plekken in ruime mate beschikbaar, zowel in de stad als op het platteland.

Net als andere steekmuggen hebben de vrouwtjes van de tijgermug bloed nodig voor de ontwikkeling van de eitjes in hun lichaam. De inheemse muggen van Nederland steken alleen in de schemering en ’s nachts. De tijgermug is vooral overdag op zoek naar bloed, dus wanneer haar gastheren (mensen en dieren)actief zijn. Dit betekent dat de mug bij het steken zeer alert moet zijn om niet doodgeslagen te worden. Ze steekt daarom meestal maar kort en heeft meerdere zogeheten bloedmaaltijden nodig om voldoende bloed bij elkaar te krijgen voor haar nageslacht. 

De steek is zeer pijnlijk en kan bovendien leiden tot allergische reacties. De muggen opereren vaak in zwermen. Vanwege hun irritante gedrag jagen ze in Italië (waar de mug in de jaren ’90 is ingevoerd) mensen van de terrassen.

Enige virussen die door tijgermuggen kunnen worden overgedragen, met links naar nadere informatie

Virus Overdracht op: Meer informatie o.a.:
Chikungunya* Mensen, apen, mogelijk andere wilde dieren klik hier
Dengue (knokkelkoorts), serotype 1,2,3,4* Mensen, apen klik hier
Gele koorts* Mensen, apen klik hier
Japanse encephalitis* Mensen, varkens, koeien, schapen, kippen, honden, grote watervogels en andere vogels klik hier
La crosse Mensen, eekhoorns, chipmunks klik hier (Engels)
Rift valley fever Mensen, koeien, schapen, geiten, buffels, kamelen klik hier (Engels)
Ross river Mensen, buideldieren (m.n. kangeroes en wallabies) klik hier (Engels)
West Nile virus* Mensen, paarden, vogelsoorten klik hier
Venezuelan equine encephalitis Mensen, paarden, muilezels, ezels klik hier (Engels)
Western equine encephalitis Mensen, paarden, vogelsoorten klik hier (Engels)
Eastern equine encephalitis Mensen, paarden vogelsoorten klik hier (Engels)

 

Omdat de tijgermug van oorsprong uit zuidoost Azië komt, zou men kunnen denken dat de mug in een koudere omgeving niet zou kunnen overleven. Niets is minder waar: tijgermuggen kunnen zich behoorlijk goed aanpassen aan het plaatselijke klimaat. Zo hebben ze zich in het oosten van de Verenigde Staten (waar ze in de jaren ’80 zijn ingevoerd) noordelijk verspreid tot aan Pennsylvania, waar de temperaturen vergelijkbaar zijn met Nederland. Volgens onderzoek kunnen ze temperaturen tot wel min 15 graden Celsius doorstaan. Ook valt er in Nederland voldoende neerslag om succesvol te kunnen broeden. 
Begin maart 2008 heeft het RIVM bij brief een rapport aangeboden aan de minister van VWS, met de resultaten van een scenariostudie. Alleen al uit de titel van het rapport blijkt zonneklaar dat de winters in Nederland niet te koud zijn voor de tijgermug om te overleven. 

Het is vaker gebeurd dat deskundigen een voorspelling deden over de kans dat een exotisch organisme had om in Nederland te overleven, en dat die uitspraak achteraf gezien onjuist bleek te zijn. 

Zo voorspelden deskundigen in 2003 dat het in Nederland te koud zou zijn voor het blauwtongvirus om zich hier in leven te houden. Drie jaar later bleek het tegendeel het geval toen het virus in Nederland een epidemie veroorzaakte. Een aanzienlijk aantal schapen en koeien is inmiddels in Nederland overleden aan het virus en we krijgen het virus hier waarschijnlijk nooit meer weg. 
In deze omstandigheden is er alle reden om bij invasieve exoten het voorzorgsbeginsel te hanteren. Gelukkig is inmiddels wel een vaccin tegen blauwtong serotype 8 ontwikkeld, maar hoe lang dat werkzaam blijft is nog onzeker. Tegen ziekten zoals dengue en Chikungunya ontbreekt zo’n vaccin nog.

Geef een reactie