Loading
Geneeskunde.com

mHealth | eHealth | Apps | Wearables | IoT

Nieuwe resistente stam: LR-MRSA (linezolid resistent)

An outbreak of methicillin-resistant Staphylococcus aureus in a Spanish hospital may be the first reported appearance of a linezolid-resistant strain of the organism, according to data reported Oct. 27.

Between April and June of this year, 12 patients in an intensive care unit at the Hospital Clinico San Carlos in Madrid were identified as having methicillin-resistant Staphylococcus aureus (MRSA) that was also resistant to linezolid (Zyvox). Dr. Miguel Sanchez, an internist at the hospital, reported the outbreak during a press briefing at the jointly held annual Interscience Conference on Antimicrobial Agents and Chemotherapy (ICAAC) and the annual meeting of the Infectious Diseases Society of America (IDSA).

Kindermishandeling (te) vaak gemist op Spoedeisende hulp!

Afdelingen spoedeisende hulp (SEH) van ziekenhuizen onderkennen kindermishandeling nog te weinig. Men beschouwt een gebroken arm nog te vaak als een ongelukje. Dit komt onder meer doordat op deze afdelingen de voorwaarden voor een verantwoorde signalering vaak ontbreken. Dat signaleert de Inspectie voor de Gezondheidszorg in een rapport dat vandaag verschijnt.

De spoedeisende hulp kan bij het herkennen van kindermishandeling een belangrijke rol spelen. Juist als kinderen met verwondingen op de spoedeisende hulp verschijnen is er een zogenaamde ‘gouden kans’ om achter de voordeur van een gezin te kijken omdat ouders zich meestal in een crisissituatie bevinden. De ‘gordijnen gaan dan even open’ om hulpverleners te laten zien wat er daadwerkelijk aan de hand is. Zonodig kunnen hulpverleners dan ingrijpen.

In Nederland wordt naar schatting vijf tot tien procent van letsel bij kinderen die op de SEH veschijnen veroorzaakt door kindermishandeling. In de Amerikaanse literatuur wordt zelfs een cijfer van dertig procent genoemd. 

Toch ontbreekt bij de meeste ziekenhuizen een gestructureerde aanpak om kindermishandeling op de SEH-afdeling te herkennen. Hoeveel aandacht er is voor dit onderwerp wordt vooral bepaald door de belangstelling van professionals (bijvoorbeeld kinderartsen) en de Raad van Bestuur voor dit onderwerp. 

De meeste ziekenhuizen beschikken weliswaar over een protocol voor de signalering op de SEH-afdeling, maar beleidsmatig krijgt het probleem weinig aandacht. Dit speelt vooral op het niveau van de Raad van Bestuur. Medewerkers kunnen kindermishandeling alleen herkennen als zij hierin geschoold zijn. Ronduit zorgelijk is dan ook dat maar weinig ziekenhuizen hiervoor een goed scholingsprogramma hebben. Tenslotte registreren de meeste ziekenhuizen de gegevens over signalering en melding van kindermishandeling niet.

De IGZ vindt dat de Raden van Bestuur het beleid rond de signalering van kindermishandeling met kracht ter hand moeten nemen. De IGZ wil dat alle ziekenhuizen een plan van aanpak maken op de punten waar te weinig aandacht voor is met betrekking tot het signaleren kindermishandeling. Begin 2009 moeten alle ziekenhuizen dit op orde hebben. De IGZ doet in de loop van 2009 opnieuw onderzoek en kan ziekenhuizen die in gebreke blijven onder verscherpt toezicht stellen. 

IGZ

Het volledige rapport is HIER te lezen (244kb pdf)

Erectieprobleem voorspelt hartprobleem

NOS bericht het volgende:
Impotente mannen hebben een verhoogde kans op een hartkwaal. Volgens de Britse uroloog Hackett is de kans 50 procent groter dan bij mannen die gezond zijn. 
Hackett schrijft dat in een artikel in het vakblad British Medical Journal. Hij vertelt over patiënten met een hartaanval, die enkele jaren daarvoor erectiestoornissen hadden gekregen. 
Erectieproblemen worden veroorzaakt door een vernauwing van de bloedvaten. Als die vernauwing zich voordoet bij het hart komt er een hartaanval. Volgens Hackett herkennen veel artsen dat patroon niet. Zij wijten impotentie aan problemen in de relatiesfeer.

Lees hier het origineel in BMJ

Denkvermogen rokers minder dan van niet rokers.

Het denkvermogen van rokers neemt sneller af dan dat van niet-rokers. Het cognitief functioneren van rokers is vergelijkbaar met dat van mensen die drie tot zeven jaar ouder zijn en nooit hebben gerookt. Dat blijkt uit RIVM-onderzoek.

Al op middelbare leeftijd scoren rokers op verschillende onderdelen als geheugen, flexibiliteit en snelheid slechter dan niet-rokers. Het onderzoek werd gehouden onder bijna tweeduizend mannen en vrouwen tussen 43 en 70 jaar. In het onderzoek, dat vandaag is gepubliceerd zijn rokers, ex-rokers, mensen die recentelijk stopten en nooit-rokers met elkaar vergeleken.

In het onderzoek zijn deze groepen met elkaar vergeleken. In vijf jaar tijd neemt het denkvermogen van rokers twee keer zo snel af als dat van nooit-rokers. Ook de hoeveelheid sigaretten is bepalend: hoe meer men rookt of heeft gerookt, hoe sneller het bergafwaarts gaat.

Volgens de onderzoekers loont het om te stoppen met roken. Mensen die al langere tijd gestopt waren met roken, hadden een zelfde graad van vermindering van denkvermogen als mensen die nog nooit hadden gerookt.

ANP/Medisch contact

Een vette ambulance en parkeer boete voor politie?

gewoon leuk plaatjes kijken

 

 

parkeer boete aub...

Spoedeisende geneeskunde erkend!

Vandaag 14 oktober 2008 heeft het Centraal College Medische Specialismen (CCMS) het Specifiek Besluit Spoedeisende Geneeskunde vastgesteld.

Dat betekent dat het vak van de spoedeisende geneeskunde nu officieel erkend is als profiel binnen de geneeskunde. De definitie van ‘profiel’ kan u binnenkort lezen in het vastgestelde besluit op de site van met CCMS, maar het houdt in het kort in dat nadrukkelijk de bedoeling is om uit te groeien naar een specialisme.

Heel praktisch betekent het dat het CCMS voortaan gaat over de vaststelling van het spoedeisende geneeskunde curriculum, net als bij andere vakken SEH-artsen zullen zich kunnen registreren bij de MSRC (Medisch Specialisten Registratie Commissie), net als bij andere vakken;

SEH-artsen in opleiding dienen zich te registreren in het MSRC register voor opleidingsassistenten, net als bij andere vakken.

Met andere woorden: spoedeisende geneeskunde is volledig analoog aan de rest geborgd binnen de regelgeving.

Radiologen niet beschikbaar

Het is vrijdag middag en ik heb een vrijdagmiddag plaatje gevonden…. wie herkend het probleem?? Zijn ze al aan de borrel of moet er nu het nog even mooi weer is een drive op de golfbaan gemaakt worden?

update: www.radiologen.nl is weer online. Stuur uw aanvragen en patienten maar weer voor een rontgenfoto…

Brief Klink over 112 ritten

(Bron VWS)

De Voorzitter van de Tweede Kamer 
der Staten-Generaal 
Postbus 20018 
2500 EA DEN HAAG

CZ-EKZ-2876149

6 oktober 2008

Hierbij doe ik u toekomen het onderzoek van de Nijmeegse onderzoeker, dhr. P. Giesen, die op mijn verzoek een onderzoek heeft uitgevoerd naar de relatie tussen responstijd en gezondheidswinst binnen de ambulancezorg. Met dit onderzoek wordt invulling gegeven aan een toezegging uit het algemeen overleg van 27 november 2007 aangaande ambulancezorg. Toen heb ik toegezegd te willen kijken naar de wetenschappelijke onderbouwing van de 15 minuten aanrijdtijd in relatie tot een ook wel genoemde norm van 8 minuten. De norm van de 8 minuten wordt in de rapporten van de Raad voor de Volksgezondheid (RVZ) “Schaal en Zorg” (2008) en Acute Zorg (2003) geadviseerd. Tevens is met dit onderzoek invulling gegeven aan de motie van het kamerlid mevrouw Arib met het kenmerk (29 835 32) over het aanscherpen van de aanrijdtijden.

De norm in relatie tot gezondheidswinst

Het onderzoek heeft zich gericht op de relatie tussen gezondheidswinst en aanrijdtijd. Momenteel hanteert de ambulancesector als veldnorm dat bij spoed een ambulance binnen 15 minuten na melding ter plaatse moet zijn. Deze 15 minuten is gebaseerd op de wettelijke 45 minuten norm zoals vastgelegd in de Wet toelating zorginstellingen (Wtzi) voor het bereiken van een Spoedeisende Hulp (SeH). De norm is opgebouwd uit 15 minuten aanrijdtijd voor de ambulance, 5 minuten voor stabiliseren van de patiënt en daarna 25 minuten rijtijd om een SeH te bereiken. Het rapport “Spreiding en bereikbaarheid 2008” van het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (kenmerk cz-ekz-2854207) hanteert in het verlengde hiervan ook de 15 minutennorm bij het vaststellen van de ambulanceverdeling over Nederland en de benodigde ambulancecapaciteit.

Belangrijkste conclusie uit dit onderzoek is dat geen directe relatie kan worden vastgesteld tussen bereikbaarheid (15 minuten aanrijdtijd) en gezondheidswinst. Máár ook dat niet kan worden vastgesteld dat de gezondheidswinst toeneemt als de aanrijdtijd wordt verlaagd naar 8 minuten. Deze conclusie is gebaseerd op een literatuurstudie, (internationale) vragenlijst en interviews met deskundigen. Uit een vergelijking tussen een aantal landen blijkt tevens dat de aanrijdtijd in Nederland niet hoger ligt dan in andere landen. Alleen in Canada en Australië wordt voor de verstedelijkte gebieden een norm van 9 minuten gehanteerd. Echter, voor de plattelandsgebieden geldt in deze landen geen norm. Uit het onderzoek blijkt dat er voor de 9 minuten norm ook geen onderbouwing kan worden gegeven.

Acute hartstilstand

Wel blijkt uit het onderzoek dat bij een acute hartstilstand wetenschappelijk kan worden vastgesteld dat de behandeling binnen zes minuten moet worden gestart voor een goede kans op overleving. Zowel een aanrijdtijd van 15 minuten als van 8 minuten is niet toereikend. Hoewel ik het belangrijk vind dat bij acute hartstilstand snel wordt gestart met behandeling vind ik het echter vanuit de aspecten van kwaliteit en betaalbaarheid echter niet wenselijk om de ambulancezorg in te richten op een aanrijdtijd van zes minuten. Naar mijn mening komt de vakbekwaamheid van het ambulancepersoneel bij een aanrijdtijd van 6 minuten onder druk te staan. Immers, ze zullen in verhouding minder vaak moeten uitrukken waardoor ze ook minder vaak bepaalde bekwaamheden kunnen uitoefenen. Daarnaast heeft het RIVM in 2003 uitgerekend dat er minimaal 323 mln. euro extra benodigd is om de aanrijdtijd te verlagen naar 8 minuten en een dekking van 97% te garanderen. Dit zou bijna een verdubbeling van het huidige ambulancebudget inhouden.

Volgens mij kan beter worden gekeken naar andere instrumenten die bijdragen aan een snelle hulpverlening bij acute hartstilstand. Ik denk hierbij bijvoorbeeld aan initiatieven die momenteel in het land ontstaan op het gebied van burgerhulpverlening met automatische externe defibrillatoren (AED’s) en de inzet van first responders als brandweer, politie of huisarts/ huisartsenpost. Dit wordt ook geadviseerd in het rapport van dhr. Giesen.

Tot slot

Hoewel uit het onderzoek blijkt dat de aanrijdtijd van de ambulance slechts één van de determinanten is die van invloed zijn op de gezondheidswinst van de patiënt blijft van belang om ervoor te zorgen dat de ambulance snel ter plaatse is. Momenteel zie ik geen aanleiding om de norm te verlagen naar 8 minuten. Wel vind ik het van belang om in de discussie over bereikbaarheid en kwaliteit niet alleen te focussen op het verlagen van de aanrijdtijden, maar om breder te kijken naar aspecten die uiteindelijk leiden tot gezondheidswinst. Een van de aanbevelingen uit dit rapport luidt ook dat er aanvullend onderzoek nodig is om het complexe pallet aan determinanten die gezondheidswinst bepalen in de spoedeisende ambulancezorg vast te stellen. Het programma “Spoedzorg”, dat ik heb belegd binnen ZonMw, biedt mijns inziens hier een goede gelegenheid voor.

De Minister van Volksgezondheid, 
Welzijn en Sport,

dr. A. Klink