Virusremmers in verpleeghuis pas bij griep starten

Verpleeghuizen hoeven tijdens de jaarlijkse griepepidemie niet alle bewoners preventief virusremmers te geven. Ze hoeven daarmee pas te beginnen als de eerste bewoner griep oploopt. Dat blijkt uit berekeningen die epidemioloog Carline van den Dool van het UMC Utrecht op 9 september publiceert in het tijdschrift Emerging Infectious Diseases.

Van den Dool en collega’s van het Julius Centrum vergelijken in het artikel twee strategiën voor het preventieve gebruik van virusremmers zoals Tamiflu bij seizoensgriep. Bij de ene methode krijgen alle verpleeghuisbewoners tijdens het hoogtepunt van het griepseizoen acht weken lang virusremmers. In het andere model krijgen de bewoners pas virusremmers als één bewoner griep heeft opgelopen.

Beide strategiën verlagen het aantal besmette patiënten ten opzichte van niks doen. Continu virusremmers geven heeft een sterker effect dan pas beginnen na de eerste besmetting. Maar het aantal toegediende doses virusremmer is bij de continue bestrijding veel hoger. Per dosis is het daardoor minder effectief, bovendien is het erg duur. Daarnaast vergroot de continue toediening de kans op resistentieontwikkeling bij het griepvirus. Als resistentie tegen de virusremmer optreedt, daalt overigens het effect van beide strategieën. De onderzoekers concluderen verder dat het geven van virusremmers aan personeel van verpleeghuizen weinig aan effectiviteit toevoegt.

< lees hier de rest van het artikel>