Kanker beïnvloedt ook gezondheid partner

Origineel door: Femia Kievits;Ned Tijdschr Geneeskd. 2009;153:C335
Mannen en vrouwen van wie de partner kanker heeft, zien ook hun eigen fysieke en psychische gezondheid achteruit gaan. Dat stelt een Zweedse studie onder leiding van Katarina Sjövall van het Academisch Medisch Centrum in Lund (J Clin Oncol., doi:10.1200/JCO.2008.21.6788).

Burgerservicenummers (BSN) van geregistreerde partners van patiënten met darm-, long-, borst- of prostaatkanker werden opgespoord via de BSN’s vermeld in de landelijke kankerregistratie. De partner-BSN werd daarna gekoppeld een landelijke zorgregistratie. In totaal ging het om 11.076 partners waarvan 53% ouder was dan 65 jaar en meer dan de helft (65%) vrouw. Onderzocht werd of zij in de twee jaar volgend op de kankerdiagnose van hun man of vrouw zelf vaker een beroep op de gezondheidszorg deden.

Vooral bij partners van patiënten met darm- en longkanker werd een toename van zorgbehoefte waargenomen. Zo was bij hen de psychiatrische zorg na de kankerdiagnose drie keer zo hoog. Ook de partners van prostaatkankerpatiënten maakten relatief meer gebruik van psychiatrische zorg. Onderzoek uit 2006 had al aangetoond dat partners van kankerpatiënten een hoger risico op psychiatrische klachten hebben. De Zweedse studie bevestigt die bevindingen. Daarnaast zochten veel partners hulp voor spier- en hartklachten.

De kosten voor de gezondheidszorg waren twee jaar na de kankerdiagnose voor alle 5 diagnosegroepen toegenomen, en was het hoogst voor mannelijke partners en in het bijzonder voor jong mannelijke partners tussen van 25-64 jaar van patiënten met darm- of longkanker.

Met een toenemende kankerincidentie, een langere behandelduur en een groot deel van de zorg die poliklinisch plaatsvindt, vragen de auteurs zich af of oncologische zorg zich niet ook moet richten op de familie. Hun emotionele en fysieke welbevinden is immers zowel medisch als sociaal van belang bij de ondersteuning van de kankerpatiënt.