VVD: spoeddebat kindermishandeling

Van de 1100 tot 1800 minderjarigen die jaarlijks in ons land overlijden, zijn er veertig slachtoffer geworden van geweld of mishandeling, meldt het Nederlands Forensisch Instituut (NFI). De VVD wil een spoeddebat.

De meeste minderjarige doden vallen onder de baby’s. Het NFI verricht jaarlijks sectie op zo’n vijftig kinderen. Gevallen van fatale kindermishandeling mogen niet over het hoofd worden gezien, aldus het NFI. Het publiceerde donderdag een boekje waarin forensisch kinderpathologen hun kennis over kinderoverlijden hebben gebundeld in aanbevelingen voor artsen en pathologen. Het NFI streeft naar eigen zeggen met de publicatie naar meer aandacht voor forensische kennis bij artsen en arts-pathologen bij post mortem onderzoek bij minderjarigen.

De kinderpathologen van het NFI analyseerden de dossiers van 688 kinderen op wie in de afgelopen veertien jaar een forensische sectie is verricht. Meer dan 63 procent stierf een niet-natuurlijke dood.
Demissionair minister André Rouvoet (Jeugd en Gezin) bekijkt of in de opleiding voor huis-, school- en jeugdartsen meer aandacht moet komen voor het herkennen van kindermishandeling. Daarover gaat hij met collega-minister Ab Klink (VWS) en beroepsorganisaties spreken, beloofde hij vorige maand.

De VVD is geschokt over de cijfers en stuurt aan op een spoeddebat. ‘Het zijn schokkende cijfers. Uit hetzelfde onderzoek blijkt dat in de opleiding tot arts onvoldoende aandacht wordt besteed aan de kennis die nodig is om de oorzaak van het letsel vast te stellen, waardoor volgens het NFI fatale kindermishandeling mogelijk over het hoofd wordt gezien’, reageerde Ineke Dezentjé. ‘Dat kan niet anders betekenen dan dat dergelijke signalen ook voortijdig, dus als het gelukkig nog niet te laat is om het kind te redden, onvoldoende worden onderkend.’

Het NFI heeft aangegeven voor het bedrag van 700 duizend euro kinderartsen te kunnen opleiden om de signalen van kindermishandeling beter te onderkennen, aldus de VVD-parlementariër. ‘Het lijkt mij dat Rouvoet met deze cijfers in de hand direct tot actie moet overgaan.’