DBC’s voor SEH-artsen?

In 2010 heeft het parlement artikel 36a toegevoegd aan de Wet Beroepen Individuele Gezondheidszorg (Wet BIG). Op grond daarvan kunnen bij wijze van experiment bepaalde categorieën beroepsbeoefenaren bij algemene maatregel van bestuur voor een bepaalde periode zelfstandig bevoegd worden verklaard tot het indiceren en verrichten van in de maatregel aangewezen handelingen. In de wandeling heet dit nieuwe artikel ‘het experimenteerartikel in de Wet BIG’. Het artikel betreft in eerste instantie het voorschrijven van medicijnen door verpleegkundig specialisten. Dit artikel is eenvoudig uit te breiden tot het openen van Diagnose Behandel Combinaties (DBC’s) . Dan kunnen bijvoorbeeld SEH-artsen, sportarts en verpleegkundig specialisten (VS’en) zelfstandig op de polikliniek of SEH DBC’s openen, laboratorium diagnostiek aanvragen en patiënten verwijzen voor een Röntgenfoto of andere beeldvormende diagnostiek. De genoemde professionals zijn meestal in dienst van het ziekenhuis, dat tezamen met de specialistenmaatschappen inkomsten ontvangt uit die DBC’s. Een taakherschikking van specialisten naar SEH-artsen, sportartsen en VS’en betekent daarom een verschuiving van de DBC-inkomsten naar het ziekenhuis. Al deze informatie is de uitkomst van een brainstormsessie op donderdag 17 november in Utrecht van enkele experts op het terrein van DBC’s en taakherschikking. Indien het parlement het artikel 36a verbreedt naar andere handelingen dan alleen recepten voorschrijven, heeft dat grote gevolgen voor het veld. Verpleegkundig specialisten voor bijvoorbeeld reumatologie kunnen dan zelfstandig poliklinische spreekuren draaien binnen grenzen en zorgpaden, waarmee de reumatologen hebben ingestemd. Een sportarts krijgt dan kansen bijvoorbeeld om zelfstandig hartfilmpjes aan te vragen en te beoordelen. De SEH-arts kan dan zelf een diagnose stellen en een DBC openen voor bijvoorbeeld een patiënt met een appendicitis acuta.
Taakherschikking van medisch specialisten naar verpleegkundig specialisten, SEH-artsen en sportartsen (zie ook het bericht hierboven) is geen doel op zich. Die dient bij te dragen tot één van de volgende vier volksgezondheidsdoelen: 1. betere preventie 2. betere toegang tot de zorg 3. hogere kwaliteit van zorg en 4. hogere doelmatigheid in de zorg. Iedere lezer van deze Nieuwsbrief kan redeneringen bedenken waarbij taakherschikking een of meer van deze doelen bevordert. Als advocaat van de duivel noem ik enkele redeneringen waarbij taakherschikking de beoogde doelen NIET bevordert. 1. De nieuwe professional is een nieuwe horde om de specialist te bereiken en vermindert de toegang tot de zorg. 2. De nieuwe professional is minder opgeleid, mist diagnosen en vermindert de kwaliteit van zorg. 3. de nieuwe professional is minder zeker, doet langer over het consult, laat de patiënt vaker terugkomen en verlaagt de doelmatigheid van de zorg. Of positieve dan wel negatieve redeneringen opgaan, is te testen in kleinschalige experimenten. In mijn vak kennen we het fenomeen van de ‘devil is in the detail’. Dat wil zeggen: In de ene innovatieve setting komt taakherschikking wel positief uit de bus en in de andere, bijna vergelijkbare setting niet. Daarom vind ik dat eerst enkele prototypen (of in modern jargon ‘show cases’) van de grond moeten komen waarin taakherschikking is ingebed in een setting van zorgpaden en geschikte software applicaties. Die laatste kunnen de taakherschikking faciliteren en maken online berichtenverkeer tussen specialist en de nieuwe professionals mogelijk. In zo’n setting past ook het zelfstandig openen van DBC’s. Mijn bezwaar tegen het experimenteerartikel in de Wet BIG is dat het hollen of stilstaan bevordert: of alle ziekenhuizen mogen taken herschikken of alle ziekenhuizen mogen dat niet. Ik wil zo graag dat vier, vijf ziekenhuizen eerst show cases ontwikkelen. Voldoen die, dan is het volle kracht vooruit.(Bron: Prof. G. Schrijvers; Julius Instituut, Utrecht)