Oproep voor deelname aan onderzoek

Lees voor met webReader

Bericht van Anneloes de Kok, Masterstudent Opleidingskunde, Universiteit Leiden

uLeidenIn het kader van mijn afstudeerscriptie doe ik een onderzoek naar employability van werknemers. Hiervoor heb ik uw medewerking nodig.

Waarom werknemers in een zorginstelling? Employability is in de zorg van groot belang. De zorgsector is een sector waar medewerkers met enige regelmaat te maken krijgen met nieuwe behandelmethoden en kennis, maar ook met het vernieuwde zorgstelsel, de oplopende personeelstekorten, de verhoogde werkdruk, inkomstenverlaging, enzovoorts. Deze hebben mogelijk invloed op het plezier in het werk, op de motivatie om te veranderen en op de inzetbaarheid. Het doel van dit onderzoek is om te achterhalen in welke mate een drietal variabelen (werkkenmerken, zelfsturing, organisatiecultuur) invloed uitoefenen op employability.

Welke hulp vraag ik voor mijn onderzoek? Ik vraag aan alle medewerkers binnen alle functieniveaus die in loondienst (dus geen uitzendkrachten en stagiaires) zijn bij een zorginstelling om in de maand juni een vragenlijst in te vullen. Dit zal naar schatting 15 minuten duren.

Hoe ik omga met de gegevens? Uiteraard waarborg ik de privacy bij deelname aan dit onderzoek. De vragenlijsten verwerk ik anoniem en de gegevens worden beveiligd via internet verstuurd.

Wat u ervoor terugkrijgt? Op het moment dat een representatief aantal werknemers binnen een organisatie de vragenlijst invult, ontvangt u een individuele, publieksvriendelijke rapportage met een samenvatting van de resultaten binnen uw organisatie. Alle hulp is gewenst dus mocht alleen u of uw team een vragenlijst in willen vullen ben ik daar al heel erg mee geholpen!

Ik hoop dat u bereid bent aan mijn onderzoek mee te werken!

MS geen hersen- maar vaatziekte?

Lees voor met webReader

Multipele sclerose (MS) is mogelijk geen chronische ziekte aan het centrale zenuwstelsel, maar een ziekte aan het vaatstelsel. De Italiaanse vaatarts Paolo Zamboni concludeert dat MS-patiënten vaak afwijkingen hebben aan vaten die door het centrale zenuwstelsel lopen. Deze zouden leiden tot afwijkende doorbloedingspatronen in de hersenen, die op hun beurt tot MS-afwijkingen zouden leiden.

In hun eerste publicatie in Journal of Neurology, Neurosurgery & Psychiatry (2009;80:392-9) beschreven Zamboni et al. bij 91% van de MS-patiënten specifieke vaatafwijkingen. Dit onderzoek werd verricht bij 65 MS-patiënten en een controlegroep (n = 235). Allen werden onderzocht met kleuren-dopplerecho met hoge resolutie en selectieve venografie. De v. azygos bleek afwijkend bij 86% van de MS-patiënten en de vv. jugulares internae bij 91%. De auteurs spreken van chronische cerebrospinale veneuze insufficiëntie (CCSVI) en leggen verband met de verschillende typen MS.

Condoom moet in maten komen.

Lees voor met webReader

Slecht passende condooms scheuren en knappen niet alleen sneller, ze zorgen ook voor minder seksueel genot bij mannen en vrouwen. Richard Crosby et al. van The Kinsey Institute for Research in Sex, Gender, and Reproduction wijzen hier op in Sexually Transmitted Infections (2010;86:36-8).

Crosby en collega’s namen vragenlijsten af over ervaringen met condooms bij 440 volwassen mannen, die in de laatste 3 maanden condooms gebruikten bij peniel-vaginale geslachtsgemeenschap.

44,7% van de mannen zei te grote of te kleine condooms te hebben gebruikt. Deze mannen hadden significant meer risico op scheurende (2,6 keer) en afglijdende (2,7 keer) condooms dan mannen die goed passende condooms gebruikten. Ook bereikten zij en hun vrouwelijke partners moeilijker een orgasme. Niet passende condooms zorgden voor meer irritatie aan de penis en voor erectieverlies. Bovendien deden mannen deze condooms sneller af.

Borstkanker mortaliteit hoger bij gebruik paroxetine en tamoxifen

Lees voor met webReader

BMJ heeft een onderzoek gepubliceerd waaruit blijkt dat de combinatie paroxetine (een ssri) en tamoxifen een verhoogde sterfte geeft ten opzichte van patienten die alleen tamoxifen gebruiken voor de behandeling van borstkanker.

Men heeft vrouwen onderzocht van 66 jaar en ouder die met de combinatie van de twee medicijnen behandeld zijn en deze groep vergeleken met een zelfde groep die alleen tamoxifen heeft gebruikt.

Wat bleek, van de 2430 vrouwen die paroxetine gebruikten tijdens de tamoxifen behandeling, stierven er 374 (15.4%) ten gevolge van borstkanker. Na correctie voor leeftijd en de duur van de tamoxifen behandeling bleek er een absolute toename in de sterfte.

Een mogelijke verklaring is dat paroxetine (en ook andere SSRI’s) de bioactivatie van cytochroom p450 2d6 (CYP2D6) blokkeren.

De auteurs concluderen dan ook dat paroxetine gebruik tijdens tamoxifen behandeling een verhoogde kans op overlijden aan borstkanker geeft.
Bron: BMJ 2010;340:c693

Dotteren: 2* een onderzoek … hart en nieren

Lees voor met webReader

Even twee berichtjes die mij opvielen…
Als je je een vat rond je hart laat dotteren dan was je brein mischien beter af geweest met een bypass echter als het vat bij je nieren zit kan je beter dotteren dan pillen slikken dat is beter voor je nieren…. twee leuke berichten over het dotteren.

CARDIOLOGIE
Bypass-patiënten geopereerd zonder gebruikmaking van de hart-long machine zijn neuropsychologisch waarschijnlijk beter af dan patienten die gedotterd worden en een stent krijgen. Cardioloog in opleiding Jakub Regieli van het UMC Utrecht presenteert deze verrassende conclusie vandaag op de jaarlijkse conferentie van de American Heart Association.

Jakub Regieli en collega’s van de afdelingen Cardiologie en Anaesthesie van het UMC Utrecht analyseerden de gezondheid van tweehonderdtachtig patiënten 7,5 jaar nadat ze een ingreep hadden ondergaan om verstopte kransslagaderen te openen. Bij de helft van de patiënten was via een openhartoperatie met de Octopus-hartstabilisator een bypass aangelegd. De andere helft was gedotterd en had een stent ontvangen, een minder invasieve procedure.

De gezondheid van het hart verschilt niet tussen beide groepen patiënten. Beroertes, hartinfarcten en overlijden komen even veel voor, hoewel gedotterde patienten vaker een nieuwe ingreep nodig hebben. Maar de patiënten die een openhartoperatie zonder hart-long machine hebben ondergaan functioneren 7,5 jaar na de ingreep neuropsychologisch beter. Ze scoren vooral beter op taken die leervermogen en geheugen testen. “De cognitieve effecten zijn subtiel”, erkent Regieli. “Maar de verschillen blijken op alle zeven vlakken die we getest hebben.”

Dotteren en het plaatsen van een stent kan met een katheter die via een bloedvat in de lies ingebracht wordt. Bij dotteren wordt een dichtzittend bloedvat met een ballon opgerekt, een stent houdt het bloedvat daarna open. Tot nu dacht men dat de neuropsychologische bijwerkingen hiervan beperkt waren, en juist meer zouden optreden bij invasievere ingrepen. Recent is echter gebleken dat tijdens hartcatheterisaties vaker bloedstolsels of luchtbelletjes ontstaan dan gedacht. Deze embolieën kunnen leiden tot hersenschade. Overigens heeft Regieli de gevolgen van niet-gecoate stents onderzocht. Artsen gebruiken tegenwoordig voornamelijk stents die met een medicijn gecoat zijn, nieuwe hartcatheterisaties zijn daardoor minder vaak nodig.

Bij een openhartoperatie wordt het hart tijdelijk stilgelegd en loopt de bloedcirculatie via de hartlongmachine. Openhartoperaties met hartlongmachine zouden slecht zijn omdat kleine bloedstolsels kunnen ontstaan die hersenschade veroorzaken. Dankzij de in het UMC Utrecht ontwikkelde Octopus is het niet nodig het hart stil te leggen, maar moet de borstkas nog wel opengemaakt worden.

Het project werd gecoordineerd door de afdelingen Cardiologie, Anaesthesiologie, Cardio-thoracale chirurgie en Juliuscentrum van het UMCU, in samenwerking met de afdelingen Cardiologie en Cardio-thoracale chirurgie van het Antonius Ziekenhuis Nieuwegein, Isala Klinieken Zwolle. (bron UMC)

NEFROLOGIE

Dotteren geeft bij een nierarteriestenose geen beter resultaat dan behandeling met medicijnen. Tenminste, in gevallen waarbij vooraf niet onomstotelijk vaststaat dat revascularisatie nodig is.

Dat blijkt uit een gerandomiseerde trial van de Astralgroep (Angioplasty and Stenting for Renal Artery Lesions). De resultaten staan in The New England Journal of Medicine van 12 november.

Patiënten met een substantiële atherosclerotische stenose in minimaal één nierarterie, konden meedoen aan de trial. Als de stenose zo ernstig was dat chirurgie was vereist, of als werd ingeschat dat revascularisatie binnen zes maanden nodig zou zijn, werden patiënten uitgesloten. Ook niet-atheromateuze stenoses of eerder ondergane revascularisatie van de renalis waren exclusiecriteria.

Uiteindelijk werden 806 patiënten gerandomiseerd. Zij kregen allen statines, antihypertensiva en trombocytenaggregatieremmers. De helft onderging ook een percutane revascularisatie. Over een periode van vijf jaar verliep de achteruitgang in nierfunctie een fractie langzamer in de revascularisatiegroep. Het serumcreatinine was slechts 1,6 micromol per liter lager na deze periode.

De systolische bloeddruk was in beide groepen gelijk, de diastolische iets lager in de medicatiegroep. Tussen beide groepen was geen verschil in het aantal renale incidenten (bijvoorbeeld start van dialyse of transplantatie), cardiovasculaire problemen of mortaliteit. Ernstige complicaties van de revascularisatieprocedure traden op bij 23 van de 403 patiënten. Er kon ook geen voor- of nadeel van dotteren worden vastgesteld bij bepaalde subgroepen, ook niet bij patiënten met een stenose van meer dan 70 procent van de nierarterie.

De auteurs vinden de minimale verschillen niet klinisch relevant en stellen dus dat revascularisatie geen voordeel biedt boven goede medicamenteuze behandeling. Dat een groep patiënten werd uitgesloten die absoluut moest worden gedotterd – bijvoorbeeld vanwege acute nierschade – doet hier niets aan af, aldus de auteurs. De gerandomiseerde patiënten waren volgens de auteurs representatief voor de mensen die doorgaans vanwege nierarteriestenose worden gedotterd.

Medisch Contact / N Engl J Med 2009; 361: 1953-62

Promotie film zelf borstonderzoek met TV sterren

Lees voor met webReader

Met oa. Emily Deschanel, beter bekend als Bones.

Meer onderzoek nodig naar gezondheid en ziekte bij ouderen

Lees voor met webReader

Langzamerhand wordt duidelijk dat gezondheid en ziekte bij oudste ouderen niet hetzelfde zijn als bij mensen van middelbare leeftijd. De bestaande medische kennis en richtlijnen schieten daardoor voor deze groep tekort. Wetenschappelijk onderzoek kan dit verhelpen. En omdat meer dan 90% van de medische zorg voor ouderen door huisartsen wordt verleend, is het belangrijk dat dit onderzoek juist in deze eerstelijnspopulatie plaatsvindt. Dat stelt prof. dr. Jacobijn Gussekloo vandaag in haar oratie als hoogleraar Eerstelijnsgeneeskunde bij de afdeling Public Health en Eerstelijnsgeneeskunde aan het Leids Universitair Medisch Centrum (LUMC).

Een lichaam op leeftijd functioneert anders dan een jong lichaam. Uit eerder onderzoek van het LUMC bleek bijvoorbeeld dat hoge bloeddruk – bij mensen van middelbare leeftijd een risicofactor – bij 85-plussers de levensverwachting juist verhoogt. Om de medische zorg voor ouderen op dit soort verschillen aan te passen en wetenschappelijk te onderbouwen, zal Gussekloo de komende jaren veel onderzoek verrichten binnen de eerstelijns ouderenzorg. Speciale aandacht gaat hierbij uit naar preventie en proactieve zorg voor ouderen, een nieuwe en intrigerende ontwikkeling. Daarnaast is Gussekloo erg geïnteresseerd in het beleid rondom de medische zorg voor ouderen. “Als we met wetenschappelijke kennis het beleid kunnen ondersteunen, dan zal dit bijdragen aan het terugdringen van de negatieve gevolgen van vergrijzing.”

Ouderenonderzoek in het LUMC
Gussekloo werkt binnen het LUMC samen met een team van onderzoekers in de ouderengeneeskunde. Het ouderenonderzoek in het LUMC, dat al een lange traditie kent, loopt uiteen van basaal laboratoriumonderzoek (bijvoorbeeld naar de genetica van langlevendheid) tot het klinisch evalueren van nieuwe behandelingen. Nu komt daar dus een extra dimensie bij, speciaal gericht op de eerstelijnsgezondheidszorg, een unicum in Nederland.

Nationaal Programma Ouderenzorg
Het LUMC speelt een belangrijke rol in de regio voor wat betreft het initiëren van innovaties rondom de zorg van ouderen. Dit gebeurt onder meer in de Academische Werkplaats Ouderen, waarin het LUMC samen met regionale zorgpartners, kennisinstellingen en de ouderen zelf werkt aan een samenhangende proactieve zorg voor ouderen. Naast de rol van aanjager en coördinator van dit regionale netwerk, onderdeel van het door de overheid gefinancierde Nationaal Programma Ouderenzorg, gaat de aandacht van Gussekloo ook uit naar de wetenschappelijke onderbouwing van deze nieuwe zorginitiatieven.

Kanker beïnvloedt ook gezondheid partner

Lees voor met webReader

Origineel door: Femia Kievits;Ned Tijdschr Geneeskd. 2009;153:C335
Mannen en vrouwen van wie de partner kanker heeft, zien ook hun eigen fysieke en psychische gezondheid achteruit gaan. Dat stelt een Zweedse studie onder leiding van Katarina Sjövall van het Academisch Medisch Centrum in Lund (J Clin Oncol., doi:10.1200/JCO.2008.21.6788).

Burgerservicenummers (BSN) van geregistreerde partners van patiënten met darm-, long-, borst- of prostaatkanker werden opgespoord via de BSN’s vermeld in de landelijke kankerregistratie. De partner-BSN werd daarna gekoppeld een landelijke zorgregistratie. In totaal ging het om 11.076 partners waarvan 53% ouder was dan 65 jaar en meer dan de helft (65%) vrouw. Onderzocht werd of zij in de twee jaar volgend op de kankerdiagnose van hun man of vrouw zelf vaker een beroep op de gezondheidszorg deden.

Vooral bij partners van patiënten met darm- en longkanker werd een toename van zorgbehoefte waargenomen. Zo was bij hen de psychiatrische zorg na de kankerdiagnose drie keer zo hoog. Ook de partners van prostaatkankerpatiënten maakten relatief meer gebruik van psychiatrische zorg. Onderzoek uit 2006 had al aangetoond dat partners van kankerpatiënten een hoger risico op psychiatrische klachten hebben. De Zweedse studie bevestigt die bevindingen. Daarnaast zochten veel partners hulp voor spier- en hartklachten.

De kosten voor de gezondheidszorg waren twee jaar na de kankerdiagnose voor alle 5 diagnosegroepen toegenomen, en was het hoogst voor mannelijke partners en in het bijzonder voor jong mannelijke partners tussen van 25-64 jaar van patiënten met darm- of longkanker.

Met een toenemende kankerincidentie, een langere behandelduur en een groot deel van de zorg die poliklinisch plaatsvindt, vragen de auteurs zich af of oncologische zorg zich niet ook moet richten op de familie. Hun emotionele en fysieke welbevinden is immers zowel medisch als sociaal van belang bij de ondersteuning van de kankerpatiënt.

Apen malaria in Nederland

Lees voor met webReader

Voor het eerst is apenmalaria aangetroffen in Nederland, schrijven onderzoekers in Emerging Infection Diseases (2009;15:1478-80). De malariaparasiet Plasmodium knowlesi komt van nature voor bij makaken die in de bosgebieden in Zuidoost-Azië leven. De parasiet is via muggen overdraagbaar op de mens, maar dat gebeurt zelden. Althans dat werd tot voor kort aangenomen. Maar onderzoek van Jaap Hellemond (Erasmus Medisch Centrum) en collega’s doet vermoeden dat de parasiet regelmatig bij mensen wordt aangetroffen. Vooral vanuit Maleisisch Borneo, Thailand, Myanmar, Filippijnen en Singapore komen berichten van besmette personen.

Apenmalaria geeft dezelfde ziekteverschijnselen als andere vormen van malaria, zoals koorts, spierpijn en hoofdpijn. Ook microscopisch wordt de parasiet gemakkelijk verward met P. malariae. Dat is waarschijnlijk de reden dat de ziekte slechts drie keer eerder buiten Zuidoost-Azië is aangetroffen. Apenmalaria is echter wel gevaarlijker, doordat de parasieten zich per dag verdubbelen. Snelle diagnose is daarom belangrijk. De P. knowlesi-infectie bij de Nederlandse immigrant werd aangetoond met een commerciële diagnostische sneltest voor malaria en bevestigd via PCR. De man, die was gaan jagen in Maleisisch Borneo, is behandeld met chloroquine en inmiddels hersteld.
(bron: NtvG)

Instroom huisartsenopleiding geen verband met aandacht basiscurriculum

Lees voor met webReader

Bron: Ned Tijdschr Geneeskd. 2009;153:B426

Instroom in de huisartsenopleiding: geen verband met aandacht voor de eerste lijn in het basiscurriculum

Tanja A. Maiorova, Fred C.J. Stevens, Lud F.J. van der Velden, Jouke van der Zee, Paul J. Zwietering en Albert J.J.A Scherpbier

doel
Onderzoeken van verschillen tussen faculteiten in het aandeel basisartsen dat doorstroomt naar de huisartsenopleiding en analyseren of dit verband houdt met de mate waarin de Nederlandse medische basiscurricula zijn gericht op de huisartsgeneeskunde.

opzet
Cohortonderzoek, retrospectief.

methode
Met behulp van diverse gegevensbestanden werd berekend welk percentage basisartsen per faculteit in de periode 1989-2001 de huisartsenopleiding is gaan volgen. De 8 vakgroepcoördinatoren van het huisartsgeneeskundig onderwijs in het basisartscurriculum vulden een vragenlijst in over de inbreng van huisartsgeneeskunde in het curriculum en de mate waarin geneeskundestudenten in contact komen met de eerstelijnszorg.

resultaten
Het aantal afgestudeerde basisartsen per universiteit varieerde in de periode 1989-2001 tussen 1682 en 2443. Hiervan begon gemiddeld 23,5 % aan de huisartsenopleiding. De basisartsopleidingen in Maastricht, Nijmegen en aan de Vrije Universiteit waren het sterkst gericht op de huisartsgeneeskunde. Die van Leiden, de Universiteit van Amsterdam en Groningen waren het minst gericht op de huisartsgeneeskunde en Utrecht en Rotterdam scoorden daar tussenin. Er was geen duidelijk verband tussen gerichtheid op de huisartsgeneeskunde en de instroom in de huisartsenopleiding.

conclusie
In een periode van 10 jaar vertoonde de instroom in de huisartsenopleiding vanuit de verschillende faculteiten geen grote verschillen. Wel verschilde de huisartsgerichtheid van de basiscurricula, maar dit had weinig of geen invloed op het aantal instromers in de huisartsenopleiding. Factoren zoals de persoonlijke voorkeuren en de arbeidsmarktsituatie spelen vermoedelijk een belangrijkere rol.

Get Adobe Flash playerPlugin by wpburn.com wordpress themes
Creative Commons Licentie
Op dit werk is een Creative Commons Licentie van toepassing.