Tatoeage diabetici einde van de vingerprik?

Lees voor met webReader

glucose tatoeageHet MIT is bezig met onderzoek naar nanotubes. Deze zeer kleine buisjes kunne nin de huid worden ingbracht. Door de buisjes te coaten met een polymeer welke reageert op glucose in het lichaam kan je een tatoeage maken die aangeeft hoe hoog je suikerspiegel is… dat scheelt een hoop vingerprikken…

(tekst MIT-news) The sensor is based on carbon nanotubes wrapped in a polymer that is sensitive to glucose concentrations. When this sensor encounters glucose, the nanotubes fluoresce, which can be detected by shining near-infrared light on them. Measuring the amount of fluorescence reveals the concentration of glucose.
The researchers plan to create an “ink” of these nanoparticles suspended in a saline solution that could be injected under the skin like a tattoo. The “tattoo” would last for a specified length of time, probably six months, before needing to be refreshed.

To get glucose readings, the patient would wear a monitor that shines near-infrared light on the tattoo and detects the resulting fluorescence. One advantage of this type of sensor is that, unlike some fluorescent molecules, carbon nanotubes aren’t destroyed by light exposure. “You can shine the light as long as you want, and the intensity won’t change,” says Barone. Because of this, the sensor can give continuous readings.

Condoom moet in maten komen.

Lees voor met webReader

Slecht passende condooms scheuren en knappen niet alleen sneller, ze zorgen ook voor minder seksueel genot bij mannen en vrouwen. Richard Crosby et al. van The Kinsey Institute for Research in Sex, Gender, and Reproduction wijzen hier op in Sexually Transmitted Infections (2010;86:36-8).

Crosby en collega’s namen vragenlijsten af over ervaringen met condooms bij 440 volwassen mannen, die in de laatste 3 maanden condooms gebruikten bij peniel-vaginale geslachtsgemeenschap.

44,7% van de mannen zei te grote of te kleine condooms te hebben gebruikt. Deze mannen hadden significant meer risico op scheurende (2,6 keer) en afglijdende (2,7 keer) condooms dan mannen die goed passende condooms gebruikten. Ook bereikten zij en hun vrouwelijke partners moeilijker een orgasme. Niet passende condooms zorgden voor meer irritatie aan de penis en voor erectieverlies. Bovendien deden mannen deze condooms sneller af.

Borstkanker mortaliteit hoger bij gebruik paroxetine en tamoxifen

Lees voor met webReader

BMJ heeft een onderzoek gepubliceerd waaruit blijkt dat de combinatie paroxetine (een ssri) en tamoxifen een verhoogde sterfte geeft ten opzichte van patienten die alleen tamoxifen gebruiken voor de behandeling van borstkanker.

Men heeft vrouwen onderzocht van 66 jaar en ouder die met de combinatie van de twee medicijnen behandeld zijn en deze groep vergeleken met een zelfde groep die alleen tamoxifen heeft gebruikt.

Wat bleek, van de 2430 vrouwen die paroxetine gebruikten tijdens de tamoxifen behandeling, stierven er 374 (15.4%) ten gevolge van borstkanker. Na correctie voor leeftijd en de duur van de tamoxifen behandeling bleek er een absolute toename in de sterfte.

Een mogelijke verklaring is dat paroxetine (en ook andere SSRI’s) de bioactivatie van cytochroom p450 2d6 (CYP2D6) blokkeren.

De auteurs concluderen dan ook dat paroxetine gebruik tijdens tamoxifen behandeling een verhoogde kans op overlijden aan borstkanker geeft.
Bron: BMJ 2010;340:c693

Families in balans? Overgewicht en eetgedrag van jongeren en hun ouders (Promotie)

Lees voor met webReader

ongeren die lijnen, emotioneel eten of gevoelig zijn voor externe prikkels van eten, komen niet méér aan of vallen méér af dan andere jongeren. Jongeren met een hogere Body Mass Index (BMI) gaan meer lijngericht eten maar dit had over een periode van vier jaar niet het gewenste effect op gewicht. Jongeren scoren laag op emotioneel eten (eten bij stress en negatieve emoties). Dit hing niet samen met gewichtstoename of afname. Datzelfde gold voor extern eten (de mate van gevoeligheid voor eet-gerelateerde signalen in de omgeving ).
Door opvoeding hebben ouders invloed op het eetgedrag van jongeren en hoe tevreden zij zijn met hun figuur. Als ouders kritisch zijn, zijn hun kinderen vaker ontevreden met zichzelf. Kleuters met overgewicht kozen in een spelsituatie vaker voor ongezond eten. Ze kozen gezonder als moeders aanwezig waren en zich er actief mee bemoeiden.

Bron

Dotteren: 2* een onderzoek … hart en nieren

Lees voor met webReader

Even twee berichtjes die mij opvielen…
Als je je een vat rond je hart laat dotteren dan was je brein mischien beter af geweest met een bypass echter als het vat bij je nieren zit kan je beter dotteren dan pillen slikken dat is beter voor je nieren…. twee leuke berichten over het dotteren.

CARDIOLOGIE
Bypass-patiënten geopereerd zonder gebruikmaking van de hart-long machine zijn neuropsychologisch waarschijnlijk beter af dan patienten die gedotterd worden en een stent krijgen. Cardioloog in opleiding Jakub Regieli van het UMC Utrecht presenteert deze verrassende conclusie vandaag op de jaarlijkse conferentie van de American Heart Association.

Jakub Regieli en collega’s van de afdelingen Cardiologie en Anaesthesie van het UMC Utrecht analyseerden de gezondheid van tweehonderdtachtig patiënten 7,5 jaar nadat ze een ingreep hadden ondergaan om verstopte kransslagaderen te openen. Bij de helft van de patiënten was via een openhartoperatie met de Octopus-hartstabilisator een bypass aangelegd. De andere helft was gedotterd en had een stent ontvangen, een minder invasieve procedure.

De gezondheid van het hart verschilt niet tussen beide groepen patiënten. Beroertes, hartinfarcten en overlijden komen even veel voor, hoewel gedotterde patienten vaker een nieuwe ingreep nodig hebben. Maar de patiënten die een openhartoperatie zonder hart-long machine hebben ondergaan functioneren 7,5 jaar na de ingreep neuropsychologisch beter. Ze scoren vooral beter op taken die leervermogen en geheugen testen. “De cognitieve effecten zijn subtiel”, erkent Regieli. “Maar de verschillen blijken op alle zeven vlakken die we getest hebben.”

Dotteren en het plaatsen van een stent kan met een katheter die via een bloedvat in de lies ingebracht wordt. Bij dotteren wordt een dichtzittend bloedvat met een ballon opgerekt, een stent houdt het bloedvat daarna open. Tot nu dacht men dat de neuropsychologische bijwerkingen hiervan beperkt waren, en juist meer zouden optreden bij invasievere ingrepen. Recent is echter gebleken dat tijdens hartcatheterisaties vaker bloedstolsels of luchtbelletjes ontstaan dan gedacht. Deze embolieën kunnen leiden tot hersenschade. Overigens heeft Regieli de gevolgen van niet-gecoate stents onderzocht. Artsen gebruiken tegenwoordig voornamelijk stents die met een medicijn gecoat zijn, nieuwe hartcatheterisaties zijn daardoor minder vaak nodig.

Bij een openhartoperatie wordt het hart tijdelijk stilgelegd en loopt de bloedcirculatie via de hartlongmachine. Openhartoperaties met hartlongmachine zouden slecht zijn omdat kleine bloedstolsels kunnen ontstaan die hersenschade veroorzaken. Dankzij de in het UMC Utrecht ontwikkelde Octopus is het niet nodig het hart stil te leggen, maar moet de borstkas nog wel opengemaakt worden.

Het project werd gecoordineerd door de afdelingen Cardiologie, Anaesthesiologie, Cardio-thoracale chirurgie en Juliuscentrum van het UMCU, in samenwerking met de afdelingen Cardiologie en Cardio-thoracale chirurgie van het Antonius Ziekenhuis Nieuwegein, Isala Klinieken Zwolle. (bron UMC)

NEFROLOGIE

Dotteren geeft bij een nierarteriestenose geen beter resultaat dan behandeling met medicijnen. Tenminste, in gevallen waarbij vooraf niet onomstotelijk vaststaat dat revascularisatie nodig is.

Dat blijkt uit een gerandomiseerde trial van de Astralgroep (Angioplasty and Stenting for Renal Artery Lesions). De resultaten staan in The New England Journal of Medicine van 12 november.

Patiënten met een substantiële atherosclerotische stenose in minimaal één nierarterie, konden meedoen aan de trial. Als de stenose zo ernstig was dat chirurgie was vereist, of als werd ingeschat dat revascularisatie binnen zes maanden nodig zou zijn, werden patiënten uitgesloten. Ook niet-atheromateuze stenoses of eerder ondergane revascularisatie van de renalis waren exclusiecriteria.

Uiteindelijk werden 806 patiënten gerandomiseerd. Zij kregen allen statines, antihypertensiva en trombocytenaggregatieremmers. De helft onderging ook een percutane revascularisatie. Over een periode van vijf jaar verliep de achteruitgang in nierfunctie een fractie langzamer in de revascularisatiegroep. Het serumcreatinine was slechts 1,6 micromol per liter lager na deze periode.

De systolische bloeddruk was in beide groepen gelijk, de diastolische iets lager in de medicatiegroep. Tussen beide groepen was geen verschil in het aantal renale incidenten (bijvoorbeeld start van dialyse of transplantatie), cardiovasculaire problemen of mortaliteit. Ernstige complicaties van de revascularisatieprocedure traden op bij 23 van de 403 patiënten. Er kon ook geen voor- of nadeel van dotteren worden vastgesteld bij bepaalde subgroepen, ook niet bij patiënten met een stenose van meer dan 70 procent van de nierarterie.

De auteurs vinden de minimale verschillen niet klinisch relevant en stellen dus dat revascularisatie geen voordeel biedt boven goede medicamenteuze behandeling. Dat een groep patiënten werd uitgesloten die absoluut moest worden gedotterd – bijvoorbeeld vanwege acute nierschade – doet hier niets aan af, aldus de auteurs. De gerandomiseerde patiënten waren volgens de auteurs representatief voor de mensen die doorgaans vanwege nierarteriestenose worden gedotterd.

Medisch Contact / N Engl J Med 2009; 361: 1953-62

Zoek woorden geven ziekte trends aan.

Lees voor met webReader

(Bron Google. Dus we is wij van google, niet de auteur van dit artikel….)

We hebben ontdekt dat bepaalde zoektermen een goede indicatie zijn van griepactiviteit. Google Grieptrends gebruikt samengestelde zoekgegevens van Google om een real-time schatting te maken van griepactiviteit in de hele wereld.
Elke week zoeken miljoenen gebruikers wereldwijd op internet naar medische informatie. Het is logisch dat tijdens het griepseizoen vaker naar grieponderwerpen wordt gezocht, dat tijdens het allergieseizoen meer wordt gezocht naar informatie over allergie en dat in de zomermaanden meer naar zonnebrand wordt gezocht. U kunt deze fenomenen bestuderen op Google Insights for Search. Maar kunnen trends in zoekopdrachten daadwerkelijk een goede basis vormen voor een nauwkeurig en betrouwbaar model van wat er echt aan de hand is?

We hebben ontdekt dat er een sterk verband is tussen het aantal mensen dat zoekt naar grieponderwerpen en het aantal mensen dat daadwerkelijk griepsymptomen heeft. Natuurlijk is niet iedereen die zoekt naar ‘griep’ zelf ziek, maar als alle griepgerelateerde zoekopdrachten samen worden bekeken, wordt er toch een patroon zichtbaar. We hebben onze registratie van zoekopdrachten vergeleken met traditionele surveillancesystemen voor griep en hebben zo ontdekt dat er tijdens het griepseizoen echter veel naar bepaalde woorden wordt gezocht. Door te analyseren hoe vaak deze zoekopdrachten worden uitgevoerd, kunnen we een schatting maken van de verspreiding van griep in verschillende landen en regio’s wereldwijd. Onze resultaten zijn gepubliceerd in Nature.

Het resultaat voor griep in Nederland zien… en volgen?? Kijk hier!

Wetenschap: Hersenen van mensen met diabetes type I zijn anders…

Lees voor met webReader

Bij mensen met diabetes type 1 blijkt de communicatie tussen verschillende hersengebieden anders te verlopen dan bij leeftijdgenoten zonder diabetes. Ook is er sprake van vertraagde informatieverwerking bij deze groep. Dit concluderen onderzoekers van het Diabetes Centrum VU medisch centrum te Amsterdam. Het onderzoek is gesubsidieerd door Diabetes Fonds Nederland.

De onderzoekers van het Diabetes Centrum VUmc onderzochten de hersenactiviteit en het cognitieve functioneren van diabetes type 1 patiënten met behulp van een MagnetoEncefalogram (MEG). Een MEG meet de activiteit van de hersenen door het meten van de magnetische velden aan de buitenkant van het hoofd die het gevolg zijn van de elektrische stromen binnen de hersencellen. In dit onderzoek werden diabetes type 1 patiënten zonder enige complicaties vergeleken met diabetes type 1 patiënten met schade van het netvlies (proliferatieve retinopathie) en gezonde controle deelnemers.
Uit het onderzoek blijkt dat er in de hersenen van diabetespatiënten met retinopathie een veranderd patroon van communicatie plaatsvindt. De hersenen van patiënten zonder complicaties vertonen nagenoeg hetzelfde patroon als de hersenen van gezonde deelnemers. Bij beide patiëntgroepen blijkt echter dat de verwerking van nieuw aangeboden informatie in de hersenen langzamer verloopt dan bij gezonde mensen. Deze veranderingen zijn meer uitgesproken bij patiënten met retinopathie. Overigens functioneren de diabetespatiënten normaal en zijn de gevonden afwijkingen vooralsnog zonder klinische gevolgen.

De resultaten van het onderzoek wijzen erop dat schade aan de kleine bloedvaatjes als gevolg van diabetes mogelijkerwijs niet alleen het functioneren van ogen en nieren kan bemoeilijken maar ook van de hersenen. Momenteel loopt verder onderzoek naar het verband tussen de gevonden veranderingen in het cognitief functioneren en de hersenactiviteit en de structuur van de hersenen in deze patiënten.
Origineel en Bron: VuMC

3 genen mogelijk verantwoordelijk voor schizofrenie

Lees voor met webReader

Een internationaal consortium van onderzoekers (klik hier voor alle publicaties) heeft drie genen ontdekt die een rol spelen bij het ontstaan van schizofrenie. De genen zijn betrokken bij het immuunsysteem, hersenontwikkeling en geheugen. Dit is te lezen in het tijdschrift Nature van 2 juli 2009.

Tot 2020 jaarlijks minimaal 43 AIOS-SEH!

Lees voor met webReader

Tot ongeveer 2020 zullen er jaarlijks minimaal 43 aios spoedeisende hulp moeten bijkomen. De eerste twee of drie jaar moeten dat er maximaal 59 zijn.

Dat adviseert het Capaciteitsorgaan in het Capaciteitsplan 2008 voor de medische vervolgopleidingen spoedeisende geneeskunde. Het advies om aanvankelijk meer dan 43 aios op te leiden is bedoeld om de gewenste ‘kwalitatieve inhaalslag’ te kunnen maken en de nog prille opleidingscapaciteit op peil te houden. Ook kunnen SEH-artsen dan extra tijd besteden aan zaken als vakontwikkeling, opleiding, onderzoek en management. 
Bijna 65 procent van de Nederlandse ziekenhuizen heeft geen gecertificeerde SEH-arts, blijkt uit een inventarisatie van het Capaciteitsorgaan. De opstellers van het Capaciteitsplan 2008 vragen zich af of dit samenhangt met een tekort aan SEH-artsen en of andere factoren wellicht ook een rol spelen. Daarbij valt ‘bijvoorbeeld te denken aan de momenteel doorgaans toch goedkopere en wellicht flexibelere inzet van poortartsen en arts-assistenten op de SEH’, filosoferen de opstellers van het rapport. 
Een toenemende vraag aan SEH-artsen is waarschijnlijk omdat de Kwaliteitswet Zorginstellingen impliceert dat de personeelsformatie op de SEH kwalitatief en kwantitatief toereikend moet zijn om permanent verantwoorde zorg te kunnen leveren. Daarnaast stijgt het aantal bezoekers van de SEH. Het Capaciteitsorgaan trekt de ‘voorzichtige’ conclusie dat de zorgcomplexiteit op de SEH de laatste jaren in relatieve zin weinig aan veranderingen onderhevig is geweest. Het aandeel patiënten dat bij een bezoek aan de SEH wordt opgenomen, blijft in de loop der jaren immers vrijwel gelijk. 
Het is moeilijk een raming te maken over de onvervulde vraag omdat de SEH-arts in Nederland nog niet lang bestaat. Ook ligt er weinig vast over de normering van deze artsen. De Inspectie voor de Gezondheidszorg stelde in 2004 dat alle ziekenhuizen met een SEH-afdeling ‘op korte termijn’ moeten voldoen aan de norm dat op alle uren van de week een arts beschikbaar moet zijn met ‘voldoende deskundigheid’ en tenminste twee jaar ziekenhuiservaring. 
Verder is onvoldoende duidelijk welke carrièrekeuzen SEH-artsen in de toekomst zullen maken. Zij zijn jonge dokters van wie onbekend is of zij dit werk tot hun pensioen blijven doen en of zij voltijds dan wel in deeltijd gaan werken.
Toch heeft het Capaciteitsorgaan een poging gewaagd om een inschatting te maken over de toekomstige beschikbaarheid van SEH-artsen. Het maakte verschillende scenario’s op basis van 12- of 24-uursbezetting van een arts op de SEH. De bezetting is afhankelijk van onder meer de grootte van een ziekenhuis – in grote ziekenhuizen zijn immers 24 uur per dag voldoende opgeleide artsen aanwezig die ook kunnen worden ingezet op de SEH. De scenario’s voorzien in een uitbreiding van de huidige capaciteit met minimaal 350 tot maximaal 650 SEH-artsen voor de komende tien tot vijftien jaar. 
Nederland telt 125 aios SEH, van wie 70 procent vrouw is. Er zijn 74 SEH-artsen die in 35 verschillende ziekenhuizen werken, zowel academische als algemene. In de helft van de betreffende ziekenhuizen werkt één SEH-arts en in de andere helft werken er twee en heel soms meer.

Bron: capaciteitsorgaan (pfd van het volledige rapport)

Voorspelling 2009: golf van faillissementen in zorgsector

Lees voor met webReader

(NOODKLOK)
Een schrikbarend bericht van KPMG over de wijziging van VWS waardoor voor het onroerend goed in de zorg zelfde regels gaan gelden als in het bedrijfsleven. Hier een paar fragmenten uit het artikel:

De Nederlandse zorgsector wacht een golf van faillissementen nu het Ministerie van VWS van plan is de waardering van onroerend goed in de jaarverslagen van ziekenhuizen, verpleeghuizen en instellingen voor geestelijke gezondheidszorg en zorg aan gehandicapten drastisch te veranderen. Het ministerie wil dat de instellingen bij de waardering van onroerend goed niet meer de richtlijnen van de Nederlandse Zorgautoriteit (NZa) hanteren, maar de richtlijnen die in het bedrijfsleven gelden. Dit betekent dat voor alle materiele vaste activa vanaf 1 januari 2009 de gewone richtlijnen van de Raad voor Jaarverslaggeving gaan gelden.

Overgang naar waardering van de vaste activa op basis van de regels van het bedrijfsleven zal leiden tot een verkorting van de afschrijvingstermijn van de gebouwen tot een periode van dertig jaar. Dit betekent dat in één keer het gehele eigen vermogen van vele zorginstellingen verdwijnt.

Voetelink: “Zelfs faillissementen zijn niet uit te sluiten. De voorgenomen wijziging leidt tot een aanslag op het eigen vermogen van zorginstellingen en tot onvergelijkbare jaarrekeningen. Alleen een heldere overgangssystematiek van het oude naar het nieuwe bouwregime kan de dreigende faillissementen en de chaos in de verslaggeving voorkomen”.

Langleve de in de paarse kabineten ingeslagen weg naar de privatisering en markt werking in de zorg!

Get Adobe Flash playerPlugin by wpburn.com wordpress themes
Creative Commons Licentie
Op dit werk is een Creative Commons Licentie van toepassing.